Vrijwel overal op internet kunt u lezen dat Luilak wordt gevierd in het westen van Nederland, in het gebied tussen Texel en Delft, en dat de oorsprong van de viering in Friesland ligt. Dat is correct als we uitgaan van de oorsprong van huidige viering. In het verleden werd Luilak echter onder verschillende namen gevierd in heel Nederland. Boven de rivieren en in Zeeland vierde men het in de periode rondom Pinksteren, onder de rivieren rondom 21 december, de kortste dag.

Dit verschil kan worden verklaard door het feit dat het Bisdom Utrecht, dat het gebied gebied boven de Maas plus Zeeland omvatte, kerkelijk ressorteerde onder het Aartsbisdom Keulen, terwijl Brabant en Limburg ressorteerden onder het Bisdom Luik. In Brabant en Limburg werden de kerkelijke feesten daarom, net als in Vlaaams België,  gevierd als in Frankrijk, terwijl in de rest van Nederland de Duitse vieringen werden gevolgd. Hoewel de oorsprong van Luilak niet vaststaat, lijkt er door de verschillende data waarop het werd gevierd, in elk geval een verband te bestaan met de katholieke kerk.

De viering in Vlaams België, Brabant en Limburg lijkt gekoppeld te zijn aan de zonnewende. Op 21 december beweegt de zon naar naar de Steenbokskeerkring.  De zonnewende is het moment waarop de zon precies boven de deze keerkring staat. Vanaf dat moment worden de dagen (op  het noordelijk halfrond) langer en de nachten korter. Het is het begin van de winter.

Het is aannemelijk dat Luilak in het Bisdom Utrecht verband hield met de jaarcyclus op het platteland. Het jaar bestond uit een aantal vaste rituelen. Het voorjaar stond geheel in het teken van nieuw leven. De gewassen kwamen op, er werd jong vee geboren en het werd duidelijk welke vrouwen er tijdens de wintermaanden in geslaagd waren om zwanger te worden. Nageslacht was belangrijk, omdat kinderen de plicht hadden voor hun ouders te zorgen als zij daar zelf niet meer toe in staat waren. De meeste aandacht ging echter uit naar de huwbare jongens en meisjes. Het was belangrijk dat jongens en meisjes binnen de eigen gemeenschap zouden trouwen, om de toekomst van de gemeenschap te garanderen. De ‘nieuwe mannen’ werden door de volwassen mannen door middel van initiatierituelen voorbereid op hun rechten en plichten als man, waarna zij aan het volk werden getoond. Daarna werden er activiteiten georganiseerd die gericht waren op de ontmoeting tussen jongens en meisjes. Bekend zijn nog het dansen rond de Meiboom en de verkiezing van de Mei- of Pinksterkoningin. Maar ook in ons huidige leven zien we nog verwijzingen naar die tijd. De kuikentjes en eieren met Pasen zijn het symbool voor nieuw leven. Termen als ‘lentekriebels’ en ‘vlinders in de buik’ verwijzen rechtstreeks naar de vrijages in het voorjaar en het is uiteraard ook geen toeval dat Valentijnsdag medio februari is gepland. In mei was het echter gedaan met de pret. De drukke tijd brak aan en de boeren moesten ’s morgens al vroeg aan de slag.

 

Dit artikel is nog niet af.

 

 

©Bert van Zantwijk

Overname van (delen van) dit artikel is uitsluitend toegestaan onder vermelding van de naam van de auteur en/of een link naar dit artikel.

Advertenties