‘In de maneschijn’ is een bekend Nederlands kinderliedje. Het kan worden ondersteund door bewegingen met de handen. Kinderen worden zo in hun motorische ontwikkeling gestimuleerd en leren de gebaren die bij de woorden horen.

 

In de maneschijn, in de maneschijn

Klom ik op een trapje naar het raamkozijn

En je waagt het niet, en je waagt het niet

Zo doet een vogel en zo doet een vis

Zo doet een duizendpoot die schoenenpoetser is

En dat is één, en dat is twee

En dat is dikke, dikke, dikke tante Kee

En dat is recht en dat is krom

En dan draaien we het wieltje nog eens om

Rom bom

 

Oude kinderliedjes zijn van oorsprong vaak gedichten die later op muziek zijn gezet of volksliedjes die in de loop der eeuwen door het gewone volk werden gezongen. De volksliedjes beschreven een (al dan niet historische) gebeurtenis, waren soms spottend bedoeld of bevatten, net als de meeste sprookjes, een stichtelijke waarschuwing. Dat laatste geldt ook voor de huidige versie van ‘In de maneschijn’.

Als een jongen en een meisje op het platteland vroeger wilden trouwen, kon dat niet zomaar. De jongen moest aantonen dat hij in staat was om een gezin te onderhouden, het meisje moest aantonen dat zij haar toekomstige man nageslacht kon geven. Er waren toen nog geen oudedagsvoorzieningen. Nadat de jongen had aangetoond een gezin te kunnen onderhouden, kreeg hij verlof om met het meisje te vrijen, zodat zij haar vruchtbaarheid kon aantonen. Hier komt het woord verloving vandaan. Als het meisje tijdens de verloving in verwachting raakte, zag de gemeenschap erop toe dat hij ook daadwerkelijk met het meisje trouwde.

nachtvrijen

Het meisje sliep vanaf dat moment in de opkamer met het raam op een kier. De opkamer is een kamer die iets hoger ligt dan de overige kamers. Onder de opkamer bevond zich een half verzonken kelder die diende als koele opslag voor melk. Tegen de buitenmuur werd bij de opkamer een ladder geplaatst. Dit was niet alleen bedoeld om het de aanstaande bruidegom makkelijker te maken om naar binnen te klimmen, maar ook om de omgeving te informeren. Alle handelingen die betrekking hadden op de levensomstandigheden dienden in volstrekte openheid plaats te vinden. De gemeenschap had nabuurplicht en daarom het recht om geïnformeerd te worden.

Behalve de aanstaande bruidegom hadden ook de andere ongetrouwde jongens uit het dorp (mits van dezelfde kerk) het recht om na zonsondergang door het raam naar binnen te gaan. Zij mochten lichte vrijages maken, maar moesten wel boven de dekens blijven liggen. Het meisje kon op deze manier aantonen dat zij haar aanstaande man trouw zou blijven. Dit verschijnsel heet queesten. In het liedje ´In de maneschijn´ worden meisjes gewaarschuwd zich niet te laten verleiden door de queesters.

queesten

In de maneschijn, in de maneschijn klom ik op een trapje naar het raamkozijn.

Als het donker is komt de vrijer door het raam van de opkamer naar binnen.

 

En je waagt het niet, en je waagt het niet

Zo doet een vogel en zo doet een vis

Zo doet een duizendpoot die schoenenpoetser is

Waag het niet! Ook vogels, vissen en duizendpoten komen via het raam naar binnen.

Een vogel is een vreemdeling. Denk daarbij aan ´vreemde vogel´, ´vrije vogel´ en aan het gezegde ´de vogel is gevlogen´. Vogelen heeft bovendien de betekenis ´geslachtsgemeenschap hebben´. Een vis is een gelovige, iemand uit de dezelfde gemeenschap. Een duizendpoot kan alles. Iemand die zich presenteert als duizendpoot, maar in werkelijkheid schoenenpoetser is, is iemand met mooie praatjes.

 

En dat is één, en dat is twee en dat is dikke, dikke, dikke tante Kee

En dat is recht en dat is krom en dan draaien we het wieltje nog eens om

Vrijen met één (de vrijer) mag. Dat is recht. Vrijen met nog iemand (twee) mag niet. Dat is krom. Doe je dat toch en je raakt zwanger (dikke tante Kee), dan hoeft de vrijer niet met je te trouwen en gaat het kind naar de nonnen. Bij een nonnenklooster was vaak een wiel in de muur gemetseld, een ´draai´, waarin kinderen te vondeling konden worden gelegd. Het kind werd aan de buitenkant van de muur in het wiel gelegd en vervolgens naar binnen gedraaid.

Deze versie waarschuwt derhalve om niet te lichtzinnig met mannen naar bed te gaan. Er is echter ook een versie waarin juist sprake is van een man die met een meisje gaat vrijen, zonder de intentie om met haar te gaan trouwen.

 

Jan de Mulder

Jan de Mulder met zijnen leren kulder
en zijn leren broekjen aan
zoude zo geren, zonder lanteren
zoude zo geren te vrijen gaan.
Hier is het vlees en daar is het vis
en daar is het manneken pis,
vlees en de vis, manneken pis,
en daar is de vogel, die bedriegelijk is.
Hier is de zon en daar is de maan
en daar is de kraaiende haan,
zon en de maan, kraaiende haan,
en daar is de vogel die bedriegelijk is.
Hier is het glas en daar is de kan,
en daar is de dronken Jan,
glas en de kan, dronken Jan,
en daar is de vogel die bedriegelijk is.
Hier is de hond en daar is de kat
en daar is d’Oostindische rat,
hond en de kat, Indische rat,
en daar is de vogel die bedriegelijk is.
Hier is de man en daar is de vrouw
en daar is de Luizenkrouw,
man en de vrouw, en de Luizenkrauw,
en daar is de vogel die bedriegelijk is.

 

Beide versies zijn aan het eind van de 19e eeuw voortgekomen uit het lied ‘Een seer Vermakelyke klugt, die daer is voorgevallen tussen een Switser en den Vogel, binnen Amsterdam’, dat al in 1733 voor het eerst werd vermeld in de liedbundel ‘HET SPEEL-SCHUYTJE met VROLYKE NAAY-MEYSJES Zingende en Queelende de Aldernieuwste Gezangen, alle op zoete en aangenaeme Voysen’. Tot 1782 werden tien herdrukken van het liedboek gemaakt.

 

speelschuytje

 

Het liedboek wekt de indruk dat de liedjes oorspronkelijk afkomstig zijn van een (jaarlijks?) dagje uit waarvoor gespaard was door de meisjes van de naaiateliers. Op de eerste binnenpagina staat de tekst:

 

AAN DE ZANG-LIEVENDE KEELEN

Lustig nu Meisjes aan het Zingen,

’t Schuitje dat leid reeds voor de Wal,

’t is opgevuld met koddige dingen,

Wilt ge vry kweelen met bly geschal.

 

Kom wilt je reppen vroeg na buiten,

Kom Meisjes pak je binnen Boord,

Wilt Zingen, Springen en roeren jou Kuiten,

Dat men de Echoo’s weêrklank hoord.

 

Eerst Brandewyntje, zoet van Suiker;

Dan een stuk van een Broeder-Taart,

Dan helder Koffy, dat smaakt als de duiker,

’t  Is voor ’t geld in de Pot gespaart.

 

In het liedboek staan 45  liedjes, die allemaal een ondeugende tekst hebben. Dat was in die tijd niet ongewoon. Vooral op bruiloften werden veel schunnige liedjes gezongen en bij een ‘naaimeisje’ is een dubbelzinnige tekst al snel gevormd. Uit dezelfde tijd stamt bijvoorbeeld dit lied, dat werd gezongen op de melodie van ‘Schep vreugde in het Leven’:

 

Het Vrolyk Naaimeisje

Schep vreugde in het naaijen,

Jonge Meisjes van ons Land,

Laat uw niet paaijen,

Vat ’t naaijen by de hand,

Het naaijen is toch waarlyk goed,

Het geeft uw kost in overvloed,

Ja ook een heele Lappemand,

O welke schoone zaken.

 

Kom wil het kiezen,

Vat de naald maar in de hand,

’t Doet niets verliezen,

Maar houd uw constant,

Gy leerd dan zo van onderen op,

Ja eerst met kleding van een Pop,

En dan zo voort van stuk tot stuk,

Tot dat gy een kleed kunt maken.

 

Komt gy te trouwen,

Kiest een Man die naaijen kan,

Wil dit onthouwen,

’t Zy Klaas of Jan,

’t Komt in u Ambacht goed te pas,

Maakt gy soms eens een jak of jas,

Of maakt u man een rok of broek,

Gy kunt elkander helpen.

 

Dan wind het naaijen,

Voor u rykelyk bestaan,

Wil het zoo draaijen,

Dan zal ’t wel gaan,

Uw man die pikt en steekt maar toe,

En hy word nooit van ’t naaijen moe,

En zo vervliegt de tyd dan heen,

Door ’t vlug en vlytig naaijen.

 

Keren we weer terug naar ‘Een seer Vermakelyke klugt, die daer is voorgevallen tussen een Switser en den Vogel, binnen Amsterdam‘ uit het genoemde liedboek, dat de oorsprong is van ‘In de Maneschijn’. Het is een stapellied, wat betekent dat delen uit het couplet en alle eerdere coupletten in omgekeerde volgorde worden herhaald. Het steeds herhaalde deel heet een kettingrefrein en is een onderdeel van het couplet, in tegenstelling tot het gewone refrein dat meestal als zelfstandig deel na ieder couplet komt. Een voorbeeld van een bekend stapellied is ‘Catootje’ (Ik ben met mijn Catootje naar de botermarkt geweest), dat ik elders op deze website zal bespreken. De tekst van het lied luidde:

 

Savonds in een klaer maene schijn,

steekt mijn de meyd in ’t venster mijn;

maene schijn, venster mijn, wagenaer is;

dat is de vogel, dat is de vogel die bedriegelijk is,

dat is de vis en dat is de vis die bedriegelijk is.

 

Dat is de Turk en dat is de snavel,

en dat is onse kruyers wagen,

de Turk en de snavel,

en dat is onze kruyers wagen,

de maene schijn, de venster mijn, wagenaer is;

en dat is de vogel die bedriegelijk is,

en dat is de vis die bedriegelijk is.

 

En dat is de kok en dat is de keuke,

hie leyd de knegt met de meyd aan ’t beuke,

de kok in de keuke met de meyd aan ’t beuke,

en de Turk en de snavel,

en de kruyers wagen, en de maene schijn,

en de venster mijn, wagenaer is;

en dat is de vogel die bedriegelijk is,

en dat is de vis die bedriegelijk is.

 

Dat is de worst en dat is de rooster,

en dat is onse meyd haer trooster;

de worst en de rooster en de meyd haer trooster,

de kok in de keuke en de meyd aan ’t beuke,

de Turk en de snavel, en de kruyers wagen,

en de maene schijn, de venster mijn,

en wagenaer is;

en dat is de vogel die bedriegelijk is,

en dat is de vis die bedriegelijk is.

 

Dat is kort en dat is lank,

en dat is onse snyders bank;

kort en lank, onse snyders bank,

de worst en de rooster, en de meyd haer trooster,

de kok in de keuke en de meyd aan ’t beuke,

de Turk en de snavel en de kruyers wagen,

en de maene schijn, en de venster mijn,

wagenaer is;

en dat is de vogel, dat is de vogel die bedriegelijk is,

en dat is de vis die bedriegelijk is.

 

Dat is het glas en dat is de kan,

en dat is onse verdronken man,

glas en kan, en verdronken man,

kort en lank, en de snyders bank,

de worst en de rooster, en de meyd haer trooster,

de kok in de keuke en de meyd aan ’t beuke,

de Turk en de snavel, en de kruyers wagen,

en de maene schijn, en de venster mijn,

en wagenaer is;

en dat is de vogel die bedriegelijk is,

en dat is de vis die bedriegelijk is.

 

Dat is de schipper en dat is de stok,

en dat is onse geseegende brok;

schipper en de stok, geseegende brok,

het glas en de kan, verdronken man,

kort en lank, en de snyders bank,

en de worst en de rooster, en de meyd haer trooster,

en de kok in de keuke, en de meyd aan ’t beuke,

de Turk en de snavel, en de kruyers wagen,

en de maene schijn, en de venster mijn,

en wagenaer is;

en dat is de vogel, dat is de vogel die bedriegelijk is,

en dat is de vis die bedriegelijk is.

 

Dat is onse biere waere schous,

bier waere schous ont schilt hangt ‘er aus,

dat is de schipper en dat is de stok, en dat is onse geseegende brok,

dat is het glas en dat is de kan, en dat is onse verdronken man,

dat is kort en dat is ’t lank, en dat is onse snyders bank,

dat is de worst en dat is de rooster, en dat is onse meyd haer trooster,

de kok in de keuke, en de meyd aan ’t beuke,

de Turk en de snavel, en de kruyers wagen,

en wagenaer is;

dat is de vogel, dat is de vis,

dat is de vogel die bedriegelijk is.

 

De tekst van het lied zal voor de meeste lezers nog wel enige uitleg nodig hebben, te beginnen bij de titel: Een seer Vermakelyke klugt, die daer is voorgevallen tussen een Switser en den Vogel, binnen Amsterdam. Een klucht is een kort toneelstuk ter vermaak, waarin getoond wordt hoe men door slecht of naïef gedrag in moeilijkheden raakt. Het is te vergelijken met een heel kort blijspel zonder verhaallijn met volkse typetjes en plat taalgebruik en onderwerpen die gaan over zaken als overspel, goedgelovigheid en dronkenschap. Een ‘vermakelijke klucht’ is derhalve een pleonasme. De term had destijds een veel ruimere betekenis dan nu. Ook een eenvoudige sketch, een mop of een liedje kon worden aangeduid als een klucht. Wel was er altijd het spelelement. De tekst werd uitgebeeld met behulp van kostuums (denk aan ‘Catootje’), er werden artikelen getoond die met de tekst te maken hadden of, zoals waarschijnlijk bij dit lied, de tekst werd met bewegingen uitgebeeld.

Met ‘Zwitser’ wordt gedoeld op iemand zonder vaste betrekking. De Zwitsers verhuurden zich als soldaat aan het best betalende leger. Toen Frans I van Frankrijk, bij de belegering van Milaan door Karel V, in 1521, zijn Zwitsersche hulptroepen niet kon betalen, gingen zij naar huis onder het zeggen van: ‘kein Kreuzer, keine Schweizer’. Sinds die tijd was ‘Geen geld, geen Zwitsers’ een bekend gezegde en werd iemand zonder vaste dienstbetrekking, vergelijkbaar met de huidige oproepkracht, aangeduid als Zwitser. De betekenis van ‘Vogel’ hebben we al besproken bij de huidige tekst van het liedje. In dit geval is ‘vrije vogel’ de beste vertaling. De titel van het lied kan dan worden vertaald als: Een vermakelijk lied over wat er in Amsterdam is voorgevallen tussen een oproepkracht en een vrije vogel.

Het lied gaat over een keukenmeid die als oproepkracht werkzaam is bij een herberg. Zij vrijt met de al wat oudere kok in de hoop dat hij haar aan een vaste betrekking zal helpen. De kok maakt echter misbruik van de situatie.

 

Savonds in een klaer maene schijn,

steekt mijn de meyd in ’t venster mijn;

maene schijn, venster mijn, wagenaer is;

dat is de vogel, dat is de vogel die bedriegelijk is,

dat is de vis en dat is de vis die bedriegelijk is.

 

Wagenaar betekent voerman, maar kan ook worden gelezen als ‘hij die waagt’. Het verwijst naar het vroegere spreekwoord ‘Een out wagenaer hoort noch geern het klappen van de sweep’, dat dezelfde betekenis heeft als ‘Een oude bok lust nog wel een groen blaadje’. De keukenmeid klimt dus ’s avonds bij een heldere maan via het raam de slaapkamer van de kok binnen. De kok gaat op haar avances in, maar is niet van plan om daar een tegenprestatie tegenover te stellen.

 

Dat is de Turk en dat is de snavel,

en dat is onse kruyers wagen,

de Turk en de snavel,

en dat is onze kruyers wagen,

de maene schijn, de venster mijn, wagenaer is;

en dat is de vogel die bedriegelijk is,

en dat is de vis die bedriegelijk is.

 

Het woord ‘Turk’ is in Nederland eeuwenlang als scheldwoord gebruikt voor een grof en onbetrouwbaar persoon. Wikipedia meldt hierover: ‘Het (Turkse) Ottomaanse Rijk vormde eeuwenlang een bedreiging voor christelijk Europa. In de zeventiende eeuw hadden de Turken grote delen van Zuidoost-Europa onderworpen en in 1529 en 1532 belegerden ze Wenen. Het woord Turk kreeg daardoor in West- en Centraal-Europa een negatieve naklank. Tot in de jaren 90 van de 20ste eeuw werden Turken in verschillende Nederlandse woordenboeken en encyclopedieën in de eerste plaats beschreven als “wild”, “barbaars” en “bloeddorstig” en pas op de tweede plaats als “inwoner van Turkije”. Enkele decennia na de komst van de eerste Turkse gastarbeiders verdween de oude hoofdbetekenis uit de meeste boeken.’

Men kende destijds de uitdrukking ‘Aan de Turken overgeleverd zijn’ in dezelfde betekenis als ‘Aan de heidenen overgeleverd zijn’. De laatste is een aan de Bijbel ontleende zegswijze, om aan te duiden dat men in handen is gevallen van meedogenloze, onbarmhartige mensen en verwijst naar Mattheus 20:19 en Lucas 18:32, waar Jezus aan zijn discipelen verkondigt, dat hij aan de heidenen zal worden overgeleverd. Toch meen ik dat het scheldwoord ‘Turk’ mogelijk een andere herkomst heeft. Het Duitse woord ‘türkenbetekent bedriegen en is niet afgeleid van een inwoner van Turkije, maar is net als het Engelse ‘to trick‘ ontleend aan het Franse woord ‘truquer’ . Het woord ‘snavel’ verwijst naar de mond. De kok belooft de meid wat ze wil horen, hij is haar kruiwagen naar een vaste baan.

 

En dat is de kok en dat is de keuke,

hie leyd de knegt met de meyd aan ’t beuke,

de kok in de keuke met de meyd aan ’t beuke,

en de Turk en de snavel,

en de kruyers wagen, en de maene schijn,

en de venster mijn, wagenaer is;

en dat is de vogel die bedriegelijk is,

en dat is de vis die bedriegelijk is.

 

Hier is geen nadere toelichting nodig. Nadat de meid de nacht op zijn kamer heeft doorgebracht, neemt de kok het ervan. Hij maakt misbruik van de situatie en de keukenmeid wordt voortaan ook in de keuken door hem misbruikt.

 

Dat is de worst en dat is de rooster,

en dat is onse meyd haer trooster;

de worst en de rooster en de meyd haer trooster,

de kok in de keuke en de meyd aan ’t beuke,

de Turk en de snavel, en de kruyers wagen,

en de maene schijn, de venster mijn,

en wagenaer is;

en dat is de vogel die bedriegelijk is,

en dat is de vis die bedriegelijk is.

 

De woorden ‘worst’ en ‘rooster’ hebben hier een dubbele betekenis. Met worst wordt uiteraard gedoeld op een lichaamsdeel van de kok en met rooster op de plek in de keuken waar een worst wordt klaargemaakt. Worst verwijst echter ook naar het gezegde ‘iemand een worst voorhouden’, in dit geval dus de meid een voordeeltje in het vooruitzicht stellen, teneinde haar te bewegen ergens mee akkoord te gaan. Rooster verwijst naar het gezegde ‘iemand op de rooster leggen’, wat betekent dat je het iemand heel moeilijk maakt.

 

Dat is kort en dat is lank,

en dat is onse snyders bank;

kort en lank, onse snyders bank,

de worst en de rooster, en de meyd haer trooster,

de kok in de keuke en de meyd aan ’t beuke,

de Turk en de snavel en de kruyers wagen,

en de maene schijn, en de venster mijn,

wagenaer is;

en dat is de vogel, dat is de vogel die bedriegelijk is,

en dat is de vis die bedriegelijk is.

 

Ook hier is weer sprake van een dubbele betekenis. De termen ‘kort’ en ‘lang’ werden vroeger gebruikt voor sterk of zwakalcoholische dranken, zoals we dat nu nog vinden bij de termen shortdrink en longdrink, maar kunnen in het lied ook wijzen op een vluggertje en een uitgebreide beurt. De snyders bank kan verwijzen naar de snijtafel in de keuken als plaats van handeling. Een ‘snyders bank’ is echter ook de vorm van een stapellied waarin een voorzanger een vraag stelt en de groep antwoordt, waarna het stuk toegevoegd wordt aan het refrein, wat het tot een stapellied maakt. Het eerste couplet is hierdoor kort en elk volgend couplet wordt iets langer. Hierdoor weten we dat de eerste twee regels van het lied steeds door de voorzanger werd gezongen, waarna de overige deelnemers de rest van het couplet zongen en uitbeeldden.

 

Dat is het glas en dat is de kan,

en dat is onse verdronken man,

glas en kan, en verdronken man,

kort en lank, en de snyders bank,

de worst en de rooster, en de meyd haer trooster,

de kok in de keuke en de meyd aan ’t beuke,

de Turk en de snavel, en de kruyers wagen,

en de maene schijn, en de venster mijn,

en wagenaer is;

en dat is de vogel die bedriegelijk is,

en dat is de vis die bedriegelijk is.

 

Een ‘verdronken man’ is een alcoholist. Een gezegde luidt: Er verdrinken er meer in het glas dan in de zee.

 

Dat is de schipper en dat is de stok,

en dat is onse geseegende brok;

schipper en de stok, geseegende brok,

het glas en de kan, verdronken man,

kort en lank, en de snyders bank,

en de worst en de rooster, en de meyd haer trooster,

en de kok in de keuke, en de meyd aan ’t beuke,

de Turk en de snavel, en de kruyers wagen,

en de maene schijn, en de venster mijn,

en wagenaer is;

en dat is de vogel, dat is de vogel die bedriegelijk is,

en dat is de vis die bedriegelijk is.

 

De schipper is degene die de leiding heeft en de koers bepaalt. Schipperen betekent handelen naar de omstandigheden. Met de stok kan het geslachtsdeel van de kok worden bedoeld. Een oud gezegde luidde: ‘als de stok stijf staat is de uil gaan vliegen’, waarmee werd bedoeld dat een man niet meer verstandig handelt als het om seks gaat. De stok kan echter ook duiden op dwang, zoals in de uitdrukking ‘een stok achter de deur hebben’ wat betekent dat iemand een bedreiging achter de hand heeft gehouden, in dit geval: geen seks, geen baan. Een brok is de benaming voor een man of een jongen. Een gezegende brok is derhalve een man die profijt heeft van de omstandigheden. Als ‘stok’ verwijst naar het geslachtsdeel van de kok, zou ‘gezegende brok’ echter ook kunnen verwijzen naar het formaat van dit geslachtsdeel.

 

Dat is onse biere waere schous,

bier waere schous ont schilt hangt ‘er aus,

dat is de schipper en dat is de stok, en dat is onse geseegende brok,

dat is het glas en dat is de kan, en dat is onse verdronken man,

dat is kort en dat is ’t lank, en dat is onse snyders bank,

dat is de worst en dat is de rooster, en dat is onse meyd haer trooster,

de kok in de keuke, en de meyd aan ’t beuke,

de Turk en de snavel, en de kruyers wagen,

en wagenaer is;

dat is de vogel, dat is de vis,

dat is de vogel die bedriegelijk is.

 

Dit is de strofe die het lastigst vertaald kan worden. Florimond van Duyse meent in 1905 in zijn boek Het oude Nederlandsche lied dat ‘waere schous’ overeenkomt met het Duitse ‘wahres Haus’. De term ‘ein wahres Haus’ betekende een pand met een heel slechte reputatie. De tekst betekent dan: Dat is onze foute kroeg. Een kroeg waar je ook kan eten en slapen, want een uithangend schild is het kenmerk van een herberg. Ik herken ‘waerschouw’ in het woord ‘waere schous’, oftewel waarschuwing. Het lied is dan bedoeld als een waarschuwing tegen drankmisbruik, omdat het gedrag van de kok hieruit voortkomt. Mogelijk zijn beide verklaringen juist, want het lied bevat in vrijwel elke strofe woorden die een dubbele betekenis hebben.

 

 ©Bert van Zantwijk

Overname van (delen van) dit artikel is uitsluitend toegestaan onder vermelding van de naam van de auteur en/of een link naar dit artikel.

Advertenties